Jaarstukken 2025

Onderhoud kapitaalgoederen

Paginanummer in website: 196

Onderhoud kapitaalgoederen

De gemeente is eigenaar en beheerder van de openbare ruimte. Een goed onderhouden openbare ruimte draagt in hoge mate bij aan een veilige en fijne woon- en leefomgeving. Rotterdam investeert jaarlijks veel geld in het onderhoud van haar openbare ruimte, om te zorgen dat die schoon, heel en veilig is. Het in stand en op orde houden van de openbare ruimte vraagt voortdurende aandacht, verantwoorde keuzes en investeringen. Het beleid hiervoor staat in de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2023-2027, Nota Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte 2021-2071 en de Kadernota Vastgoed 2023.

 

Beleid

Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2023-2027

De assets in de openbare ruimte zijn kapitaalgoederen die van grote maatschappelijke waarde zijn en onderhoudskosten en vervangingsinvesteringen met zich meebrengen. Het onderhoud van deze kapitaalgoederen vormt een aanzienlijke post op de gemeentelijke begroting. Achterstallig onderhoud zorgt voor mogelijk onveilige situaties en meer kosten en inspanning dan bij tijdig onderhoud. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is daarom bepaald dat in de gemeentelijke begroting en jaarstukken  een verplichte paragraaf ‘Onderhoud Kapitaalgoederen’ wordt opgenomen. Basis daarvoor is een integrale Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, die eens in de vier jaar door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2023 - 2027 beschrijft hoe de gemeente Rotterdam haar beschikbare middelen in wil zetten om de bestaande kapitaalgoederen in de openbare ruimte verantwoord te beheren en te onderhouden. Het doel is om verwaarlozing van de openbare ruimte te voorkomen, en daarmee verlies van waarde van  investeringen die in het verleden in de stad zijn gedaan en de komende jaren nog gaan plaatsvinden. De financiële consequenties van de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2023-2027 zijn per assetgroep structureel in de begroting verwerkt.

Nota Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte 2021-2071

De Nota Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte wordt om de vier jaar opgesteld. De eerste Nota Vervangingsinvesteringen dateert van 2021. Op basis van kengetallen is de investeringsbehoefte, en daarmee de kapitaallasten voor de vervangingsinvesteringen, voor vijftig jaar vooruit doorgerekend. Het is een theoretische, beleidsarme doorrekening, als onderdeel van de doorrekening van de vervangingsbehoefte van het gehele Rotterdamse bezit.

Kadernota Vastgoed 2023

De Kadernota Vastgoed bevat richtlijnen hoe om te gaan met gemeentelijk vastgoed en het vastgoed zowel financieel als functioneel optimaal te benutten voor de stad.

 

Financiële consequenties exploitatie

Assetgroep (x € 1 mln) Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil
Wegen 46,1 43,2 2,9
Groen en bomen 38,9 39,3 -0,4
Speelvoorzieningen 5,2 4,5 0,7
Civiele kunstwerken 22,8 22,5 0,3
Beeldende kunst en monumenten 2,1 2,8 -0,7
Begraafplaatsen 1,5 1,4 0,1
Oppervlaktewater 7,6 7,7 -0,1
Openbare verlichting 5,2 5,3 -0,1
Verkeersinstallaties 4,3 3,2 1,1
Parkeervoorzieningen 8,9 7,0 1,9
Afvalvoorzieningen 2,6 2,6 0,0
Vastgoed 41,9 43,6 -1,7
Totaal 187,1 183,1 4,0

De totale exploitatiebegroting voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen bedraagt circa € 187 mln. De gerealiseerde uitgaven komen uit op circa € 183 mln. Daarmee bedraagt de afwijking € 4 mln (circa 2% van het totaalbudget). De afwijking kan gelet op de omvang van alle kapitaalgoederen, als zeer beperkt worden beschouwd. 

 

Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is in het verslagjaar binnen de vastgestelde financiële kaders uitgevoerd. De realisatie laat zien dat de uitvoering goed is gepland en uitgevoerd.

 

Daarbij dient te worden onderkend dat onderhoudswerkzaamheden aan kapitaalgoederen zich kenmerken door enige mate van complexiteit. De uitvoering vraagt om een gedegen voorbereiding, afstemming en is ook afhankelijk van externe factoren zoals marktomstandigheden, beschikbaarheid van aannemers, prijsontwikkelingen en omgevingsinvloeden. Rekening houdend met deze omstandigheden kan geconcludeerd worden dat de beperkte afwijking van € 4 mln getuigt van een beheerste en adequate planning, voorbereiding en uitvoering. Het onderhoud is daarbij conform de vastgestelde beleidskaders gerealiseerd.

Financiële consequenties investeringen

Assetgroep (x € 1 mln) Begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil
Wegen 34,1 39,9 -5,8
Groen en bomen 12,5 13,3 -0,8
Speelvoorzieningen 7,0 6,0 1,0
Civiele kunstwerken 34,2 9,6 24,6
Beeldende kunst en monumenten 0,5 0,2 0,3
Begraafplaatsen 1,0 0,9 0,1
Oppervlaktewater 6,0 4,4 1,6
Openbare verlichting 6,8 8,5 -1,7
Verkeersinstallaties 6,0 8,1 -2,1
Parkeervoorzieningen 4,2 4,4 -0,2
Afvalvoorzieningen 14,5 12,1 2,4
Vastgoed 273,2 173,3 99,9
Totaal 400,0 280,7 119,3

De totale investeringsbegroting 2025 bedraagt € 400 mln. De realisatie in dit verslagjaar komt uit op € 280,7 mln. Daarmee is sprake van een onderbesteding van € 119,3 mln.

De afwijking wordt grotendeels verklaard door de kapitaalgoederen civiele kunstwerken en vastgoed.

Civiele kunstwerken heeft een onderbesteding van € 24,5 mln welke hoofdzakelijk wordt verklaard door:

  • Maastunnel (€ 10,5 mln): de raming is abusievelijk niet meerjarig gefaseerd. Actualisatie van de begrotingsfasering vindt plaats in 2026.

  • Vervangings- en renovatieopgave bruggen (€ 4,5 mln): het uitvoeringsritme loopt niet geheel in pas met het begrotingsritme. Op basis van geactualiseerde planningen wordt de begroting in 2026 bijgesteld.

  • Overige projecten (€ 8,6 mln): met name faseringseffecten bij de damwand Rhijnspoorkade (aanbesteding eind 2025, uitvoering grotendeels in 2026), latere start van de Westerkade en een lagere eindafrekening bij Parkhaven Oostzijde.

De afwijking is daarmee overwegend het gevolg van planningsactualisaties, fasering en aanbestedingsresultaten.

 

Vastgoed heeft een onderbesteding van € 99,9 mln.

Al een aantal jaren wordt geprobeerd het planningsoptimisme terug te dringen. Dit blijkt toch weerbarstiger dan gehoopt. Deels heeft dit te maken met niet beïnvloedbare factoren, zoals vertraging in de uitvoering van projecten of later dan verwachte facturering van aannemers, deels kan nog ‘winst’ worden behaald door meer aandacht voor een meer reële prognose.

Op onderwijshuisvesting was de realisatie € 14,2 mln lager door de al genoemde oorzaken. Daarnaast was er op onderwijshuisvesting een lagere realisatie van € 30 mln door het dubbel ramen (zowel bij onderwijshuisvesting als bij de Regiodeal) van de regiodeal projecten Laan op Zuid en Stadionpark. De realisatie van deze projecten stond in 2025 op het krediet van Onderwijshuisvesting verantwoord. Dit wordt in 2026 gecorrigeerd.

Het planningsoptimisme is nog steeds duidelijk zichtbaar op de Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s); de realisatie was € 37 mln lager dan de raming. Gebiedsontwikkeling Nieuw Kralingen en het meerjaren programma gemeentelijke vastgoed hadden € 8 mln lagere realisatie ten opzichte van de begroting. Daarnaast is nog een aantal per saldo lagere realisaties ten opzichte van de prognose die optellen tot € 11 mln (waaronder een verwachte aankoop Huis van de Wijk De Zevensprong van € 3 mln, die niet in 2025 heeft plaatsgevonden).

Tot slot, toch zijn een paar kleinere projecten te laag geraamd. Daar werd de uitvoering voortvarender aangepakt dan geraamd. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de aanleg van trainingsfaciliteiten Excelsior aan de Hazelaarweg in Schiebroek.