Jaarstukken 2025

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paginanummer in website: 201

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

De gemeente Rotterdam wil voorkomen dat niet elke begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s (groter dan € 1,0 mln) de gemeente loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt door middel van risico-simulatie de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het weerstandsvermogen) ten minste 1,0 te laten zijn.

 

Risico's

In de Tweede Herziening 2025 zijn de financiële restrisico's gepresenteerd die voor het jaar 2025 werden voorzien. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen kwantificeerbare en niet-kwantificeerbare risico's. Op grond hiervan is met behulp van een risico-simulatiemodel de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

Relevante kwantificeerbare risico's 2025

2e Herziening 2025

Kans op risico

 

Ingeschat minimumbedrag

(x € 1.000,-)

Ingeschat maximumbedrag

x € 1.000,-)

Grondbank RZG Zuidplas 25% 0 26.000
Het grootste risico voor de Grondbank is dat de ontwikkeling van het Middengebied (Cortelande) niet of niet op korte termijn start. Hierdoor zou de verkoop van de gronden van de Grondbank aan de gemeente Zuidplas niet door kunnen gaan. De totale waarde van de gronden zonder ontwikkelingsperspectieven ligt op een niveau van ca. € 30 mln. Het totale verlies in een dergelijke extreme situatie bedraagt momenteel maximaal € 65 mln. Dit bedrag zal de Grondbank in dat geval moeten afboeken en de deelnemers zullen het tekort op de balans moeten aanzuiveren. Dit betekent voor Rotterdam dat er momenteel een maximaal risico bestaat van 40% van € 65 mln. = € 26 mln. De kans op dit risico wordt ingeschat op 25%.
Grondexploitaties 50% 0 40.400
Op basis van de actuele inzichten uit de Markt-, Grond- en Vastgoedrapportage Rotterdam is door middel van een risicoanalyse het financiële effect bepaald van de risico's die volgen uit de marktanalyse van wonen en werklocaties, en van de algemene prijsontwikkelingen. Hiervoor zijn de omgevingsrisico's vertaald in verschillende scenario's. De benodigde weerstandscapaciteit voor de grondexploitatieportefeuille wordt berekend als het verschil tussen het huidige ingerekende scenario (base-case) en een realistisch worst-case scenario.
Afvalverwerking lachgascilinders en overige financiële geschillen tussen gemeente en AVR 50% 5.955 11.803
Sinds het landelijk verbod (1-1-2023) op lachgas voor recreatief gebruik, vormen de lachgascilinders een probleem. Er worden grote hoeveelheden wegwerpcilinders aangetroffen in het restafval. Dit heeft geleid tot aanzienlijke schade aan verbrandingsovens van afvalverbranders, waaronder ook AVR. Om te voorkomen dat lachgascilinders opnieuw schade veroorzaken, is het nodig om lachgascilinders uit het afval te verwijderen voordat ze in de verbrandingsovens terecht komen. Het financieel risico bestaat eruit dat AVR de kosten die zij maken om te vermijden dat de cilinders in hun installatie terecht komen en de schade die zij hebben geleden aan hun installatie, zullen trachten te verhalen op hun klanten.
Gemeentefonds (ontwikkeling verdeelmaatstaven) 50% 0 15.000
Risico dat de bestaande verdelingsmaatstaven zich anders ontwikkelen dan geraamd.
Compenserende maatregelen en planschades 25% 0 12.884
Bij projecten loopt de gemeente het risico op planschades en het nemen van compenserende maatregelen. Vooralsnog doet het risico zich bij een beperkt aantal projecten voor. Hierdoor ontstaan mogelijk kosten voor de gemeente om de voorgenomen projecten binnen de kaders in uitvoering kunnen brengen. De mate waarin is niet duidelijk. Om vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen is ervoor gekozen om de afzonderlijke projectrisico’s gezamenlijk te presenteren.
Gemeentefonds (BTW-compensatiefonds) 15% 0 10.000
Risico dat -landelijke- declaraties bij het Btw-compensatiefonds (BCF) zich anders ontwikkelen dan geraamd.

 

Actualisatie risico's:

Het volgende risico's heeft zich in 2025 daadwerkelijk voortgedaan:

  • Voorziening pensioenen college: door de gestegen rente vindt er bij de jaarrekening een vrijval plaats van een deel van de voorziening. Daarnaast heeft ook een bijstelling van de voorziening plaats vanwege de invoering van de Wet Toekomst Pensioenen. De BBV schrijft voor dat de gemeenten de verwachte financiële consequenties hiervan bij de jaarrekening dient te verwerken in de omvang van de voorziening. Dit is reeds gebeurd. Dit risico was opgenomen in het weerstandsvermogen als niet-kwantificeerbaar risico. 

Actualisatie op de risico's heeft plaatsgevonden. De totale actualisatie geeft een benodigde weerstandscapaciteit uitkomt over 2025 van € 77 mln. De belangrijkste actualisaties staan hieronder benoemd.

Kwantificeerbare risico's

Eindstand 2025

Kans op risico

 

Ingeschat minimumbedrag

(x € 1.000,-)

Ingeschat maximumbedrag

x € 1.000,-)

Grondbank RZG Zuidplas - - -
Er een verliesvoorziening getroffen voor de grondbank RZG Zuidplas. Hiermee is het risico komt te vervallen. 
Grondexploitaties 50% 0 48.800
In het weerstandsvermogen wordt rekening gehouden met de project overstijgende risico's die de gemeente loopt op de grondexploitatieportefeuille. Actualisatie op de portefeuille heeft plaatsgevonden en daarmee op het risico in het weerstandsvermogen.
Afvalverwerking lachgascilinders en overige financiële geschillen tussen gemeente en AVR 50% 5.597 15.170
Het risico wordt breder aangemerkt. Overige financiële geschillen tussen de gemeenten en AVR maken nu ook onderdeel uit van het risico. 

Uit de Begroting 2026 blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit in 2026 en de daaropvolgende jaren hoger uitvalt dan in 2025. Ontwikkelingen die zich in 2025 al hebben voorgedaan, blijven ook in 2026 en verder relevant. Dit betreft onder meer de eerder benoemde risico’s, zoals opgenomen in de tabel hierboven. Daarnaast doen zich nieuwe en doorzettende ontwikkelingen voor die extra onzekerheden en financiële risico’s met zich meebrengen voor de middellange en lange termijn. In samenhang bezien leidt dit ertoe dat de benodigde weerstandscapaciteit, zoals opgenomen in de Begroting 2026, in 2026 oploopt tot € 109 mln.

Binnen het zorgdomein is in 2025 reeds rekening gehouden met substantiële risico’s. In de afgelopen jaren zijn diverse kostenbeheersingsprogramma’s uitgevoerd, waaronder de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK). De maatregelen hebben bijgedragen aan het beperken van het tekort binnen de zorg, maar brengen tegelijkertijd het risico met zich mee dat de beoogde structurele effecten niet volledig worden gerealiseerd. In de afgelopen bestuursperiode is besloten tot een gerichte lobby richting het Rijk voor aanvullende baten omtrent gemeentelijke uitvoering zorgdomein. Hoewel aanvullende middelen zijn ontvangen, blijken deze ontoereikend om het stijgende tekort binnen de (jeugd)zorg volledig te compenseren. Hiermee is het risico zorg nog actueel en neemt het financiële risico binnen het zorgdomein in de tijd toe.

Ten aanzien van personele lasten geldt dat de huidige cao Gemeenten loopt tot en met maart 2027. Met het afsluiten van een nieuwe cao kan de consequenties bestaan dat het financiële effect hoger uitvalt dan momenteel in de meerjarenraming is opgenomen. Dit effect is onderdeel van de risico's vanaf 2027. 

Tot slot vormen de aanhoudende geopolitieke ontwikkelingen een bron van onzekerheid voor de gemeentelijke financiën. Deze omstandigheden kunnen onder meer invloed hebben op de rentestanden, die van belang zijn voor de financieringslasten van de gemeente Rotterdam. Daarnaast bestaat het risico dat macro-economische en geopolitieke ontwikkelingen doorwerken in het gemeentefonds en daarmee in de rijksbijdragen die Rotterdam ontvangt. De exacte financiële impact hiervan is op dit moment nog niet te concretiseren, maar deze onzekerheden zijn wel relevant voor het risicoprofiel van 2026 en verdere jaren.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

Voor de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend met de volgende bestanddelen:

  • de algemene reserve;
  • de bestemmingsreserves die zijn gevormd om een specifiek financieel risico af te dekken (kortweg aangeduid als: de risicoreserves);
  • de wettelijk verplichte stelpost voor onvoorziene lasten (kortweg aangeduid als: stelpost onvoorzien).

Dit sluit aan bij het primaire doel van het weerstandsvermogen: het opvangen van plotselinge, niet begrote financiële tegenvallers, zonder dat er direct moet worden bezuinigd. Stille reserves lenen zich in de praktijk niet of nauwelijks voor het opvangen van plotselinge financiële tegenvallers, omdat ze niet per direct gerealiseerd kunnen worden. En het aanwenden van bestemmingsreserves, die voor een specifiek doel worden aangehouden, moet de facto worden opgevat als een bezuiniging.

De daling van de beschikbare weerstandscapaciteit hangt voornamelijk samen met de afname in de Algemene reserve. De afname in de algemene reserve tussen Realisatie 2024 en Begroting 2025 vloeit voort uit de bijstellingen bij de Voorjaarsnota 2025 en de Begroting 2026. De grootste bijstellingen zijn het vervroegd aflossen van de lening vanuit de Rotterdamse Investeringsmotor (€ 29,1 mln) en Lobby Wet Maatschappelijke Ondersteuning (€ 20 mln). De afname in de algemene reserve tussen Begroting 2025 en Realisatie 2025 is voornamelijk wegens het treffen van een verliesvoorziening Grondbank RZG Zuidplas    (€ 8,8 mln) zoals opgenomen in de Eindejaarsbrief 2025. 

Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar) Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Kredietrisicoreserve 20 20 20 20
Bestemmingsreserve BUIG  31 29 25 23
Bestemmingsreserve Tweedelijns Wmo en Jeugdhulp 22 0 0 0
Risicoreserves 72 49 45 43
Algemene reserve 42 95 49 39
Stelpost onvoorzien 0 1 1 1
         
Beschikbare weerstandscapaciteit* 114 145 94 82
* Er kan sprake zijn van een afrondingsverschil

 

Weerstandsvermogen

Conform coalitieakkoord wordt gestuurd op een weerstandsvermogen van minimaal 1,0, passend bij de financiële risico's die de gemeente loopt. Met andere woorden: de beschikbare weerstandscapaciteit zou tenminste gelijk moeten zijn aan de benodigde weerstandscapaciteit.

De verschuiving in het weerstandsvermogen 2025 ten opzichte van 2024 is een samenloop van wijzigingen in zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als de benodigde weerstandscapaciteit. Zoals hierboven toegelicht is de daling in de beschikbare weerstandscapaciteit voornamelijk te verklaren door de afname in de algemene reserve. De verschuiving in de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van 2024 is door actualisatie op de risico's zoals bijvoorbeeld de wijziging in systematiek van het opnemen omtrent het grondexploitatierisico. Voorheen werd het risico buiten de simulatie berekend, maakt het nu onderdeel uit van de simulatieberekening.

Weerstandsvermogen (bedragen x € 1 mln, balansstanden ultimo jaar)

Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Beschikbare weerstandscapaciteit 114 145 94 82
Benodigde weerstandscapaciteit 182 88 77 77
Weerstandsvermogen 0,63 1,65 1,23 1,07
Norm gemeente Rotterdam Coalitieakkoord 2022-2026: minimaal 1,0

 

Wettelijk voorgeschreven kengetallen

Onderstaand worden uitsluitend de financiële kengetallen weergegeven die op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden vermeld in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het complete overzicht van alle door de gemeente Rotterdam gehanteerde financiële kengetallen, inclusief toelichting, is terug te vinden in het onderdeel Financiële Kengetallen.

Verplichte financiële kengetallen BBV Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Netto Schuldquote 22,4% 29,1% 39,9% 31,6%
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 20,1% 27,2% 38,3% 29,9%
Solvabiliteitsratio 57,8% 53,6% 47,1% 51,3%
Structurele exploitatiesaldo -0,4% -1,8% -0,7% 3,0%
Grondexploitatie -3,0% -1,7% -1,9% -1,5%
Belastingcapaciteit 97% 103% 103% 102%